Bij het aanvragen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kijkt Justis of je in het verleden strafbare feiten hebt gepleegd die relevant zijn voor het doel van je aanvraag. Hoe ver Justis daarbij terugkijkt in je verleden, noemen we de terugkijktermijn. In de meeste gevallen is die termijn vier jaar, maar in bepaalde situaties is de terugkijktermijn korter, langer of zelfs onbeperkt.
De standaard terugkijktermijn bij een VOG-aanvraag is vier jaar. Dat betekent dat Justis kijkt of je in de afgelopen vier jaar een strafbaar feit hebt gepleegd dat van invloed kan zijn op het werk of de taak waarvoor je de VOG aanvraagt.
Wanneer er in die vier jaar géén relevante strafbare feiten voorkomen, of wanneer de feiten geen risico vormen voor het doel van de aanvraag, dan wordt de VOG meestal gewoon afgegeven.
Er zijn situaties waarin Justis verder terugkijkt dan vier jaar, of juist minder ver. Hieronder vind je de belangrijkste uitzonderingen.
Voor seksuele misdrijven en terroristische delicten geldt een onbeperkte terugkijktermijn. Dat betekent dat Justis altijd naar deze feiten kijkt, ongeacht hoe lang geleden ze zijn gepleegd.
Voor jongeren onder de 23 jaar geldt in principe een terugkijktermijn van twee jaar. Er zijn uitzonderingen:
Heb je in de terugkijktermijn een gevangenisstraf of andere vrijheidsbeperkende maatregel gehad? Dan wordt de terugkijktermijn verlengd met de duur van die maatregel.
Voor sommige functies of branches gelden langere terugkijktermijnen, omdat de risico’s groter worden geacht. Enkele voorbeelden:
Let op: deze afwijkende termijnen gelden ook voor jongeren tot 23 jaar.
Bij een VOG P ligt de standaard terugkijktermijn voor justitiële gegevens op 10 jaar. Deze verklaring is bedoeld voor functies met een verhoogde integriteitseis. Bij de VOG P geldt géén verkorte terugkijktermijn voor jongeren.
In sommige gevallen kijkt Justis bij een VOG P zelfs 30 jaar terug, zoals bij werk binnen een DJI-instelling. Voor politiegegevens geldt overigens géén vaste terugkijktermijn: deze worden altijd meegewogen op basis van relevantie.
Ja, dat is mogelijk. In uitzonderlijke gevallen kan Justis ook strafbare feiten buiten de terugkijktermijn meewegen, als die zó ernstig van aard zijn dat ze alsnog als risico worden gezien voor de functie. Denk bijvoorbeeld aan een ernstig zedendelict dat langer dan vier jaar geleden is gepleegd, maar waarvoor je nu een VOG aanvraagt in een functie met kwetsbare personen.
Meer hierover lees je in paragraaf 3.1.5 van de Beleidsregels VOG.
In de meeste gevallen kijkt Justis vier jaar terug in je justitiële verleden. Alleen bij specifieke delicten of risicofuncties wijkt die termijn af. Bij twijfel kun je je VOG gewoon aanvragen: Justis beoordeelt elke situatie afzonderlijk en kijkt altijd naar het doel van de aanvraag. Heb je vragen over jouw situatie? Wij denken graag met je mee.